Rusteloosheid

Zelfontplooiing is het hedendaagse sleutelwoord voor een zinvol leven.
Zowel in werk als vrije tijd zijn we er druk mee bezig. Te druk, want oververmoeidheid speelt ons parten en niets doen lukt niet. Reden voor Ignaas Devisch om het spanningsveld tussen rusteloosheid en verveling te onderzoeken.

In Rusteloosheid. Pleidooi voor een mateloos leven concludeert hij dat dit eeuwenoude dilemma onoplosbaar is omdat verlangen naar een beter leven de mens voortdrijft. Deze passie maakt rusteloos én creatief, beide nodig voor een zinvol beleefd leven.

Marieke Veen  / iFilosofie

Sinds de vroegmoderne samenleving hunkert de mens naar rijkdom en vooruitgang. Die hunkering veroorzaakt rusteloosheid én verlangen naar rust, twee keerzijden van dezelfde medaille. Volgens Ignaas Devisch, hoogleraar ethiek en (medische) filosofie, is ons onvermogen om niets te doen terwijl we tegelijkertijd klagen over drukte en oververmoeidheid debet aan rusteloosheid. Waarom slagen we er niet in niets te doen? Ontevredenheid met het leven is een belangrijke oorzaak. Gedreven door passie, creativiteit en verlangen leiden we een mateloos leven met oververmoeidheid als gevolg. We willen ons ontwikkelen, belangrijk zijn en kunnen daardoor niet stilzitten. Maar Devisch vraagt zich af of rusteloosheid problematisch is of juist leidt tot een interessant en creatief leven.

Lees verder

Advertenties
Geplaatst in Zingeving | Een reactie plaatsen

Dankbaarheid

Hoe oefenen in dankbaarheid ons gezonder, gelukkiger én socialer kan maken

Als je altijd streeft naar meer en beter, vergeet je dankbaar te zijn voor wat je al hebt. En dat terwijl onderzoek aantoont dat geluk juist sterk samenhangt met dankbaarheid. Daarom heb ik het ‘Dankboek’ geschreven: een pleidooi voor dankbaarheid.

~Ernst-Jan Pfauth / De Correspondent

Als ik vroeger een toespraak gaf, begonnen mijn handen te trillen. Een toost voor familie bij een kerstdiner? De wijn klotste al bij de eerste woorden over de rand van mijn glas.

Dat was nooit een groot probleem, tot ik voor mijn werk presentaties moest geven. Na mijn eerste speech gaf mijn toenmalige baas mij, heel subtiel, een boek over spreken in het openbaar. Omdat ik iemand wilde zijn die goed kon speechen én mijn baan wilde houden, las ik het boek twee keer achter elkaar. Vervolgens accepteerde ik élke uitnodiging om ergens te komen praten. Na een paar maanden oefenen stopten mijn handen met trillen.

Nog steeds heb ik liever geen briefje of microfoon vast, maar door de tips uit het zelfhulpboek van mijn baas en het vele oefenen was ik diegene geworden die ik wilde zijn: iemand die mensen mee kon nemen in een speech.

Toen dacht ik: wat kan ik nog meer aan mezelf verbeteren?

Het was het begin van een jarenlange liefde voor efficiënter en beter leren werken. Ik las talloze zelfhulpboeken en -blogs. Op De Correspondent moedigde ik jullie twee jaar geleden aan om samen meer van dit soort boeken te lezen. Jullie stuurden en masse boekentips in en gezamenlijk dachten we na over opruimen, timemanagement, to-dolijsten en productiviteitsapps.

Alles kan altijd maar beter (maar waarom?)

Maar na verloop van tijd begon er iets te knagen. Het leek alsof mezelf verbeteren een doel op zich was geworden. Alle tijd die ik won door efficiënter te werken, ging op aan extra werk. Met als gevolg dat ik steeds vermoeider raakte. Thuis was ik afwezig, op het werk een chagrijn. Mijn schouders stonden constant onder hoogspanning, ik had vaak hoofdpijn.

Wat heb je eraan, vroeg ik me af, als je supersnel mailtjes kan beantwoorden, maar je je er helemaal niet goed bij voelt? Ik was altijd ontevreden en moe. Ik was een productiviteitsmachine geworden.

Lees verder

Geplaatst in Interessant | Een reactie plaatsen

Waarom we ziek worden van drukte

Tieners en twintigers belanden vaker dan dertigers en veertigers op de bank van de psycholoog. Opgebrand, in paniek, angstig, in de war of depressief. Zijn millennials zwak? Of is er iets anders aan de hand? Metro ging op zoek naar het hoe, wat en waarom achter de druktedepressie.

Margot Smolenaars / Metro

Als versteend zat Nienke Thurlings het eerste uur van haar werkdag achter haar bureau. Verlamd door haar eigen incompetentie, althans, zo voelde ze dat. Geen idee waar te beginnen, de adrenaline over de bergen werk gierend door haar lijf. ‘Dan maar geen lunchpauze’, dacht ze nadat ze zichzelf gedwongen had eindelijk haar mailbox te openen, en werkte door. Vaker wel dan niet veertien uur aan een stuk. In het weekend ging ze feesten, liep ze festivals af en had ze de ene na de andere koffiedate. Op haar tijdlijn was Nienkes leven één grote aaneenschakeling van hoogtepunten. Work hard, play hard. In werkelijkheid lag ze nachtenlang wakker van de paniek, had ze continu een koortslip en liep ze soms wel drie keer in de maand een ernstige griep op. „Mijn lijf gaf het op”, zegt ze kernachtig. „De huisarts gaf me uiteindelijk de diagnose: burn-out.”

Nienke was toen 24 jaar.

Opgebrand terwijl je nog maar net begonnen bent aan je volwassen leven. Dat klinkt als een tegenstelling, maar voor 100.000 Nederlanders onder de 35 jaar is het de spijkerharde realiteit, becijferde het CBS. Het percentage jongeren dat kampt met stressgerelateerde klachten was nog nooit zo hoog.

Metro wilde weten hoe groot dat probleem werkelijk is. Daarom ging vorige week een enquête live, die door maar liefst 1816 jongeren tussen 18 en 34 jaar werd ingevuld. Dit zijn de bevindingen (houd je vast): 63 procent heeft een psycholoog bezocht, ruim 38 procent zit nu nog in therapie, voornamelijk vanwege werkdruk, de druk van het sociale leven of de combinatie daarvan. Redenen als ‘de behoefte eeuwig perfect te zijn op alle fronten’, ‘onzeker’, ‘de druk op het werk/stage is veel te hoog, want voor mij tien anderen’ en ‘te veel keuzes op jonge leeftijd’ worden vaak genoemd. 64 procent zegt minstens een paar vrienden te hebben die ook psychologische hulp hebben ingeschakeld. 24 procent is dagelijks bang een burn-out te krijgen, 14 procent is overspannen.

Lees verder

Geplaatst in Zingeving | Een reactie plaatsen

Mindfulness is effectief

Steeds meer mensen doen aan mindfulness. De kwaliteit van leven van zieken én gezonden zou erdoor verbeteren. Dat is zelfs wetenschappelijk bewezen: mindfulness als waardevolle aanvulling of effectief alternatief in de gezondheidszorg.

Hanne Verweij / Trouw 29/06 2013

Mindfulness is het met aandacht aanwezig zijn in het hier en nu, zonder daar een oordeel over te hebben. Zo’n niet oordelende houding ten aanzien van eigen ervaringen kan het vermogen om te gaan met de uitdagingen van het leven vergroten. Het tegenovergestelde kennen we maar al te goed. Je verheugt je er bijvoorbeeld op om iets lekkers te eten, maar terwijl je eet ben je met je gedachten ergens anders en proef je eigenlijk nauwelijks iets. Of bij studenten die tentamen doen: in plaats van zich te concentreren op de vragen, verschuift hun aandacht naar het verleden ‘Had ik het maar beter geleerd’, naar de toekomst ‘Wat nou als ik het niet haal, of naar negatieve oordelen over zichzelf ‘Ik kan het niet’. Met mindfulness leren zij om die gedachten als gedachten te zien en niet als waarheid, om ze te accepteren zoals ze zijn en om te weten dat ze ook weer weggaan. Met de focus op het anders leren omgaan met gedachten onderscheidt mindfulnesstraining zich van andere gedragstherapieën die zich richten op het veranderen van gedrag of van gedachten.

Leren hanteren van stress, pijn en ziekte
Maar om zonder te oordelen met de aandacht in het hier en nu te kunnen zijn, moet er getraind worden. De meest gebruikte vormen van mindfulnesstraining zijn MBSR – Mindfulness-Based Stress Reduction en MBCT – Mindfulness-Based Cognitive Therapy. MBSR is in 1979 ontwikkeld door Jon Kabat-Zinn aan de Universiteit van Massachusetts voor patiënten met chronische klachten. De training richtte zich op het inzetten van de eigen kracht en het hanteren van stress, pijn en ziekte. Het resultaat was een langdurige verbetering van zowel lichamelijke en psychische klachten.

Lees verder

Geplaatst in Mindfulness | Een reactie plaatsen