Arthur Japin over pesten: ‘De wonden gaan weg, maar de woorden blijven altijd bij je’

Arthur Japin begrijpt waarom Tim Ribberink voor zelfmoord koos. De schrijver werd als kind jarenlang vernederd, zowel fysiek als verbaal. Dat laatste is volgens hem het meest verwoestend. ‘In mijn hoofd leven de woorden voort.’

Arthur Japin, auteur: ‘Wat ik belangrijk vind om te zeggen, is dat kwetsen met woorden zoveel ingrijpender is dan het kwetsen met fysiek geweld. Dat laatste is natuurlijk ook erg – er zijn peuken in mijn gezicht uitgedrukt – maar die wonden gaan weg, de blauwe plekken verdwijnen, de woorden blijven altijd bij je.’

Hij was 6, hij woonde met zijn ouders in Haarlem en ging naar de lagere school. En toen: ‘Meteen de eerste vrijdagmiddag was het raak. In mijn herinnering werd ik opgewacht door een groepje zesdeklassers, ze stonden daar om mij te slaan, elke week opnieuw, op een gegeven moment zei een van de leiders, Agnes heette ze: Als ik jou volgende week weer tegenkom en ik vraag je: wat ben je? dan zeg je: ik ben een vieze, vuile, smerige vetzak. Dat was wat ze zei. Ik dacht: ik ben niet smerig, ik ben toch niet vuil. Maar ik leerde het uit mijn hoofd en de eerstvolgende keer dat ze me stonden op te wachten, vroeg ze: wat ben je? En ik zei dat ik een vieze, vuile, smerige vetzak was. Het hielp; als ik het in het vervolg zei, sloegen ze niet.’

Lees verder

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Artikelen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s