Werken met methodieken binnen de intensieve vrijwilligerszorg

Een handreiking voor Vrijwillige Thuishulp, Vriendendiensten, Buddyzorg
Mezzo / Landelijke Vereniging van Mantelzorgerss en Vrijwilligerszorg

De Presentiebenadering

Hulpverleningsmethodieken zijn vrijwel altijd gericht op het bereiken van een specifiek doel of op het oplossen van problemen. De presentiebenadering is anders. Deze gaat uit van ‘wat er is’. Bij deze methodiek staat niet de probleemoplossing voorop maar de aandacht voor de ander, ‘er zijn’ voor de ander. De vrijwilliger kijkt naar het totale
leven van de cliënt, niet alleen naar het problematische deel waarop professionele hulpverleners vaak gericht zijn.

De presentiebenadering kunt u toepassen binnen het maatjescontact, dat in het vorige hoofd- stuk is beschreven. De presentiebenadering is inzetbaar bij cliënten die het gevoel hebben dat ze overbodig zijn in deze wereld. Vaak spelen onoplosbare problemen een rol die in hun leven een plek moeten krijgen.

Sociale steun bieden volgens de presentiebenadering houdt meer in dan alleen empathie tonen en de mogelijke passiviteit van de cliënt accepteren. De vrijwilliger helpt de cliënt ook bij het zoeken naar wie hij of zij is. Dat gebeurt tijdens gewone activiteiten, zoals samen koffie drinken, samen eten, een spelletje spelen of mee gaan sporten.

Kenmerken van de presentiebenadering

1. Vrijwilliger volgt cliënt

De cliënt laat zien waar hij behoefte aan heeft; de vrijwilliger past zich hieraan aan. De cliënt geeft bijvoorbeeld aan dat hij vandaag geen activiteit wil ondernemen, maar gewoon samen op de bank wil zitten. De vrijwilliger accepteert deze keuze.

2. Benaderen van de totale persoon

De vrijwilliger benadert de cliënt als één persoon, niet als iemand met losse
 hulpvragen. De vrijwilliger richt zich niet alleen op de problemen maar ook op
de zaken die wel goed gaan.

3. Aansluiten op de realiteit

De vrijwilliger sluit aan op het werkelijke leven van de cliënt. De vrijwilliger gaat dus niet uit van theoretische schema’s die beschrijven hoe mensen 
functioneren.

4. Afstemmen op wat goed is voor de cliënt

Centraal staat wat de cliënt voor zichzelf als goed beschouwt; het gaat dus niet om wat de vrijwilliger als goed voor de cliënt beschouwt. Hoe goed het bijvoorbeeld voor een cliënt zou zijn om naar buiten te gaan, als dat bij hem mogelijk
angst opwekt, stemt de vrijwilliger zich daarop af.

5. Erkenning

De vrijwilliger accepteert en erkent de cliënt zoals deze is. Hierdoor voelen 
cliënten zich gewaardeerd.

Lees verder

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Presentiebenadering. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s