Het kwaad begint met taal

Woorden kunnen verwoesten, haat zaaien en de werkelijkheid verdraaien

Door Colet van der Ven

Columniste Ebru Umar ontving zo’n 2000 dreigtweets naar aanleiding van deze column voor Metro. In deze tijd is het mogelijk om met enkele luttele klikken boosaardige berichten de wereld in te sturen, schrijft Colet van der Ven in haar essay ‘Het kwaad begint met taal’.  Van der Ven analyseert de rol van taal bij de vorming van het kwaad: ‘Taal is niet onverschillig. Ze kan verwoesten, haat zaaien, de werkelijkheid verdraaien’.

Ons taalgebruik is nauw verbonden met het kwaad. Van roddelen op de werkvloer of anoniem reageren op internet tot het verschuilen achter taal in de rechtszaal of het dehumaniseren van een hele bevolkingsgroep; taal werkt het kwaad in de hand. Woorden verwijzen niet alleen naar de werkelijkheid, maar creëren die ook.

In het kielzog van de website GeenStijl deed halverwege het vorige decennium een nieuw menstype haar intrede: de ‘reaguurder’. Deze, veelal mannelijke, bezoeker van een website schept er genoegen in om – al dan niet anoniem – op hoge toon en in grove bewoordingen zijn vaak ongenuanceerde gelijk te halen. Noviafacts, een bedrijf in Almere, screent  met een team van dertig mensen de gemiddeld 7.000 reacties per dag op de website, die deel uitmaakt van de Telegraaf Media Group. Directeur Claudia van der Laan: “Standaard wordt zo’n dertig procent verwijderd, maar wanneer het een artikel over moslims of Marokkanen betreft kan tachtig procent van de berichten linea recta de prullenbak in. Racistisch, discriminerend, beledigend.”

Boosaardigheid is van alle tijden, maar moest dertig jaar geleden iemand die publiekelijk zijn gal wilde spuwen nog in de pen klimmen, een adres en een postzegel opduikelen, en het huis uit om zijn brief op de bus doen, is het nu een kwestie van twee zinnen tikken en op de knop drukken. Claudia van der Laan: “De meeste berichten zijn geschreven vanuit primaire emoties, er is niet over nagedacht.”

Wie wel eens kijkt op de site van GeenStijl ziet hoe emoties waarover niet is nagedacht stilistisch vorm krijgen. Het wemelt in die berichten van de hoofdletters, uitroeptekens, stereotypen, simplificaties, superlatieven en verwensingen. De talige rijkdom heeft het afgelegd tegen armoedig schreeuwproza. Ernstig? Ja, vindt  Judith Butler, Amerikaans hoogleraar retorica en vergelijkende literatuurwetenschap. Zij waarschuwt in haar boek Opgefokte taal (2007) voor een onverschillige, nonchalante, onbewuste omgang met taal. Woorden verwijzen niet alleen naar de werkelijkheid, maar creëren die ook.

Taal is niet onverschillig. Taal kan creëren en verwoesten, haat zaaien en hoop kweken, de waarheid onthullen en de werkelijkheid bedekken, vulgair en verheven zijn, hysterisch en poëtisch, lomp en elegant. De beschaafde taal dicht en denkt niet alleen voor mij, ze beïnvloedt ook mijn gevoel. En de onbeschaafde taal evenzeer. Het krachtenveld van woorden is immens, zijn dynamiek ongekend. In twee richtingen. Het verbond tussen de taal en het kwaad is tegelijkertijd een verbond tussen de taal en het goede. Een zuivere taal zuivert het denken, zuivert het handelen. En als taal uit zingen is ontstaan, zou ze dan ook niet in zingen kunnen opgaan?

Niet alleen haatzaaien of reaguren, maar ook een schijnbaar onschuldige roddel past volgens van der Ven binnen het kader van de menselijke behoefte tot kwaadsprekerij. Lees in Volzin 15 haar hele essay. Vraag hier een gratis proefnummer aan.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uit de Media, Zingeving. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s