Tao-Zen: Zitten

~Maarten Houtman

Voorafgaande aan de eigenlijke meditatie – het aandachtig aanwezig zijn in de dag – is het stille zitten in open concentratie.

Het is belangrijk van het begin af aan te beseffen dat de eigenlijke meditatie altijd doorgaat: een stil aanwezig zijn in je werk, je spreken en luisteren, je kijken en doen – waarbij alles wat je doet volledig tot je doordringt zonder resten achter te laten.

Dat stille aandachtige leven, waarin alles zich voltrekken kan, is de uitkomst van een bewust leven vanuit jezelf in de wereld.

Gejaagd en onrustig als je bent, voortgedreven door impulsen die je niet beseft, is het nodig dat je over een oefening beschikt, die zulke eenvoudige aandachtspunten heeft, dat je die ondanks je onrust kunt ervaren.

Je moet niet verwonderd zijn dat het stille zitten met de adem beneden in het bekken – met de rug zó dat je een rechte lijn van je kruin tot je stuit voelt, waardoor de energie vrijelijk kan vloeien – nog lang geoefend moet worden. In dat stille zitten – met ontspannen, lichte schouders, een koel, vrij hoofd, en een langzame adem, kort in en lang uit – kun je jezelf steeds meer weggeven en tot diepte komen.


Zonder opzet wordt de uitademing steeds langer en daarmee het verblijf in de diepte – in het stille, lege gewaarzijn.

In het lopen voel je van stap tot stap een steeds gemakkelijker geworteld raken in de grond, in een gestadig en vloeiend voortgaan, waarin geen moment stilstand is.

Ook bij het staan zul je direct een geplant-zijn op de aarde ervaren, waarbij de energie vanuit de voetzolen je hele lichaam doorstroomt.

In al die toestanden ben je gevestigd in de volheid van je midden (een centrum drie vingerdikten onder je navel), dat je draagt en verstilt zonder dat je dáár iets aan hoeft te doen.
Om dit vanzelfsprekende gaan van de weg, dit Tao van handeling en rust, in ons leven te verwerkelijken, is het nodig dat we beginnen bij het begin, bij het eenvoudige in aandacht zitten – zo mogelijk drie keer per dag twintig minuten. Dit wordt aangevuld met de energie-oefening, die je liggend, zittend of staand kunt doen.

Ook de sta-oefening en het lopen in meditatie en de ‘tussendooroefening’, waarbij je je enige minuten uit de gejaagdheid terugtrekt, helpen je om terug te keren tot de basis van waaruit je in de wereld bent.

Je merkt dat je steeds meer behoefte krijgt aan dat terugkeren naar de basis, zodat er een geleidelijke overgang plaats heeft van het onbewuste en gejaagde leven naar het verstilde en aandachtige zijn in het moment zelf.

Het is goed om voor de momenten van afzondering een rustige plek te kiezen met gedempt licht en een rustig blikveld, zodat je van buitenaf zo min mogelijk gestoord wordt. De dagelijkse geluiden, vaak van verkeer, zijn ‘s ochtends vóór het menselijk bedrijf op gang is nog het minst aanwezig. Later zal die afzondering niet meer zo nodig zijn, maar in het begin is het wijs de plek en de tijd zo ideaal mogelijk te kiezen.

Wat ook groeit in de tijd is de behoefte aan alleen zijn, zonder daarbij je hartelijke verhouding tot je omgeving te verliezen.

Maar het is voor een overvolle geest noodzakelijk om langere tijd alleen te zijn, waardoor dat teveel aan indrukken, gedachten en strevingen zó bewust kan worden, dat je het op een heel vanzelfsprekende manier kunt loslaten.

Zo blijkt de meditatieweg zichzelf te wijzen, met als enige voorwaarde dat je aandacht schenkt aan wat er in je plaats heeft, alsook aan wat er geleidelijk in je verandert, zodat je in je eigen tempo en met je eigen begaving de weg, die oneindig is, kunt gaan.

Zo bij het wakker worden glijd je terug in het bekende – je voorstelling van de dag die komen gaat. Toch kun je bij het begin blijven, voor alles, alleen met de adem.

Span je niet in – daarin is bedoeling. Luister, kijk, voel – het eigenlijke voltrekt zich. Je kunt het voorlopige in het eigenlijke zien overgaan, dat is ons sterven en het eigenlijke in het voorlopige komen, ons geboren worden – zonder bedoeling komt en gaat het voorlopige, het eigenlijke is onveranderlijk ‘een’.

Laat je maar gaan, voel je houding, je adem die zachtjes uitstroomt en wegneemt wat verbruikt is en die je opent voor het nieuwe, onbekende maar al aanwezige: wat ononderbroken is.

[Uit: Tao-Zen, De weg van niet-dwang]

Bron: Maarten Houtman Archief

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Boeddhisme. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s