‘Het is gebeurd met de media’

De babylonische spraakverwarring, het oorverdovende gekakel in het kippenhok van de sociale media,
was nog nooit zo groot. Zonder doel, zonder ideologie, zonder verlangen naar schoonheid, schrijft
Freek de Jonge.

Een interview is een toneelstukje voor meestal twee personen waarbij een ondervrager iets te weten wil komen over het doen of laten en de beweegredenen van de ondervraagde. Een goede interviewer is een verleider die zijn opponent in een positie manoeuvreert waarin deze zich op zijn gemak voelt en het als een daad van welvoeglijkheid beschouwt het de vragensteller naar de zin te maken met allerlei onthullingen en sappige details, of diepe inzichten in heikele kwesties.

Ik ben in mijn leven zo’n duizend keer geïnterviewd. Onder anderen door Bibeb, Ischa Meijer, Matthijs van Nieuwkerk en Antoinette Scheulderman. Het confronterende interview was aanvankelijk niet aan de orde, tenminste niet met mij als slachtoffer. Ik was immers vaak de vriend van de harde interviewer. En we spanden samen tegen de wereld. De meeste vragen bestonden uit voorzetjes en opzetjes die door ons ingekopt of afgemaakt werden. Díe deugde niet. Dát deugde niet. Díe kon er helemaal niets van. Dát was niet om aan te zien.

Knipselmap
Neerlands Hoop in Bange Dagen, Bram Vermeulen en ik, kregen van Gerard Pâques de kans om in de Volkskrant van 29 juni 1969 te schelden op het establishment. Vooral Herman van Veen moest het ontgelden, maar ook Wim Kan en Gerard Cox. Zelfs Harry Mulisch kreeg een veeg uit de pan. Dat interview kwam bovenop te liggen in de knipselmap van de cultuurredacties en zette de toon voor de vele interviews die erop zouden volgen. We waren gemaskerd. Ik had een imago.

Daarom was de schok groot toen Pauw noch Witteman mij steunde in mijn tirade tegen Peter R. de Vries (P&W, 7 november 2008). Sterker nog, het leek wel of hij hun vriend was. Ik kreeg dat weekend na de uitzending 2.500 mailtjes. Ik was ontmaskerd. Weg imago. Ik was beduusd. Ik, liefhebber van interviews.

Het interview, dus ook het harde interview, heeft zijn beste tijd gehad. Sterker nog, de media, de kerk van de gelovigen in de ratio, hebben hun ­beste tijd gehad. Journalisten, de priesters van die kerk, dienen zich op hun toekomst te beraden. Er zit weinig brood meer in het nieuws.

Kerk buitenspel
Op 31 oktober 1517 ontmaskerde Maarten Luther de rooms-katholieke kerk. Het doel van die kerk, het eren van God, het verkondigen van Diens evangelie en het verlangen naar het paradijs, was ten onder gegaan in geruzie en decorum. De dom gehouden gelovigen werden bang gemaakt voor het hiernamaals en konden hun plek in de hemel veiligstellen door aflaten te kopen. Luther zette de kerk buitenspel door te stellen dat een directe relatie tussen de mens en God mogelijk was. De priester werd overbodig.

Het eigen bijbelonderzoek was eigenlijk de enige manier om tot het ware geloof te komen. De inquisitie en de Contrareformatie probeerden nog te redden wat er te redden viel, maar de kerk werd van middel doel op zich. Namelijk het in stand houden van het instituut. Wat meestal het einde van de geloofwaardigheid van het instituut betekent. Niet omdat de inhoud te kort schiet, God blijft God, maar omdat de vorm een dood ritueel is geworden.

De Hervorming, ingezet door onder meer Luther, is het begin van de individualisering. De uitvinding van de boekdrukkunst maakte het intussen mogelijk dat iedereen over zijn eigen bijbel kon beschikken om zelf vast te stellen wat er in stond en te interpreteren hoe God het allemaal bedoeld heeft. De Hervorming is de voorloper van de Verlichting en onvermijdelijk ook de aanstichter van de daaruit volgende doodverklaring van God. De mens meende immers zelf God te kunnen worden. In het diepst van zijn gedachten.

De ratio kwam in de plaats van God en de media werden de Nieuwe Kerk van dit hogere en de journalisten de nieuwe priesters van de rede. Aanvankelijk was het vergroten van kennis het toppunt van Verlichting.

Kapitalisme
Ideologieën ontwikkelden zich en brachten belangengroepen voort die hun belangen in eigen media uitdroegen. Met de komst van de welvaart (televisie!) bouwden de media hun gezag uit. En toen daar in de jaren zestig nog eens de liefde aan werd gekoppeld met, daaruit voortvloeiend, engagement en solidariteit, werden de media machtiger dan het Vaticaan ooit geweest is. Tot de Muur viel. Tot het kapitalisme triomfeerde en de economie de baas werd en de mens slaaf van de verplichte groei. Consumeren omdat je leven ervan afhing.

De media raakten hun baken van de tweespalt kwijt. Wat er moest worden verdedigd was onduidelijk. De gidsfunctie ging verloren. Moralisme was uit den boze. Het kapitalisme zette de toon en het laatste verzet gold het consumentenbelang. Het armzalig geklaag van benadeelden klonk op uit kolommen en luidsprekers en spatte van de beeldbuis.

Kort daarop kwam internet. En zoals de boekdrukkunst ooit de kerk als instituut in de verdediging drong, zo ontnam het internet de media het monopolie op de nieuwsvoorziening.

Reuring
Ooggetuigen waren overal en altijd in staat direct wereldwijd tot in de huiskamer door te dringen. De media werd hun unieke positie als bemiddelaar tussen mens en waarheid ontnomen. En passant kwam de ratio onder druk te staan. Door de voortschrijdende individualisering wisten steeds meer mensen zelf wat het beste voor hen was. Niemand hoeft iemand die daar geen behoefte aan heeft meer te vertellen hoe hij moet leven. Als credo geldt: ik consumeer dus ik besta. En dus slinkt de markt voor waarheidsvinding of verstandige taal. En ontstaat er behoefte aan entertainment. Reuring.

Een verslaggever die aan de premier vraagt of hij nog geneukt heeft, markeert het einde van het confronterende interview. Geen verstandig mens stelt zich meer bloot aan die schaamteloze brutaliteit. Nu wantrouwen de toon zet, worden de marges voor de media kleiner. Ze worden gemanipuleerd door spindoctors en mannetjesmakers.
Een hele pagina in de bijlage wordt uitgetrokken voor de journalist die 5 minuten in aanbidding aan de voeten heeft mogen zitten van Mick Jagger die iets uit te venten heeft. Mensen die iets kunnen of weten en dus iets hebben te vertellen, mijden uit angst voor beschadiging deze confronterende idioten met hun gebrek aan tijd, ruimte en werkelijke interesse.

Door deze ontwikkeling is het niveau van de politici schrikbarend gedaald en zijn we cultureel gezien veroordeeld tot Nick en Simon. Ook in de kerk van de ratio, de media, is middel doel geworden. Handhaven. Serieuze kranten en de publieke omroep moeten worden gered door adverteerders en commerciële kunstgrepen. De geloofwaardigheid staat onder druk. Niet omdat de inhoud tekortschiet, nieuws is er altijd, maar de vorm is achterhaald. Een dood ritueel.

Nieuwe paradijs
De adverteerder wil de consument zijn ideale wereld voorspiegelen. Het nieuwe paradijs waarin kiezen-uit-zoveel-mogelijk ultieme vrijheid suggereert. De ratio voorbij. Ethisch redigeren is een gepasseerd station.

Het internet zet de toon. Het oorverdovende gekakel in het kippenhok van de sociale media overstemt de bescheiden stem van de geniale eenling. De babylonische spraakverwarring was nog nooit zo groot. Zonder doel, zonder ideologie, zonder verlangen naar schoonheid.
Het confronterende interview is een opgedroogde droom van een paar romantische journalisten die straks ook in Nederland zullen moeten toestaan dat er een orgaan komt dat de pers sancties kan opleggen bij het overschrijden van de grenzen van de betamelijkheid.

Bron

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s